Burn out 1/2

Zoals ik in een andere blog al heb geschreven concludeerde een psycholoog een depressie en later een dwangmatige persoonlijkheidsstoornis. ‘Dat is leuk’ zei ik thuis ´maar dat is niet iets waar mijn klanten last van hoeven te hebben’. Verstandige woorden zo zou blijken. 

Want gewoon doorwerken is bij chronische vermoeidheid en somberheid natuurlijk verstandig. De keren dat mijn collega’s vroegen of ik niet beter wat rustiger aan kon doen veranderde in de loop der maanden tot ‘Zef, jij hebt gewoon een burn out’. Maar dat was onzin, die depressie trouwens ook. Mensen met een depressie hebben écht een ziekte. Die staan in een badjas machteloos uit het raam te kijken en mensen met een burn out kunnen écht niks meer. Ik moet me gewoon niet zo aanstellen. En dus werkte ik door.

Wel probeerde ik beter voor mezelf te zorgen. Zo nam ik nu wel af en toe pauze en ging ik naar huis als mijn dag erop zat.

Ondertussen veranderde mijn werk. Waar ik voorheen vooral trainingen maakte en gaf over onderwerpen waar ik veel vanaf wist. Werd ik nu meer een adviseur:  behoeftes van mijn klanten ontdekken, daar een leerinterventie aan koppelen én die ergens in kopen. Bij deze taken werd ik niet gehinderd door enige kennis. Tegelijk was ik niet meer aanspreekpunt voor één afdeling van 100 mensen, maar een bedrijfsonderdeel van 1000 mensen. Dit gecombineerd met mijn behoefte aan perfectie was een recept voor stress. Gelukkig organiseerde mijn leidinggevende een cursus waarin ik e.e.a. kon leren.  We hadden om de paar weken een klassikale sessie, maakte opdrachten en zouden af sluiten met een proeve van bekwaamheid in de vorm van een gesprek met een acteur en twee beoordelaars.

Naarmate de weken voortgingen werd ik vermoeider. Ik lachte niet, had nergens plezier in. In het weekend sliep ik of was ik gefrustreerd dat ik het huishouden moést doen en dat ik het niet gedaan had. Ik had een to-do lijst die nooit eindigde en waar ik vaak nooit aan begon. Ik had nergens tijd voor, maar had wel alles van Netflix gezien.

Mijn collega’s raakte bezorgd en de term burn-out viel steeds vaker. Een collega somde mijn klachten op en het feit dat ik er niks aan deed ondanks dat ik zoveel hulp aangeboden kreeg. ‘En nou ga je zeker nog zeggen dat ik eigenwijs ben ook’ reageerde ik.

Inmiddels was onze cursus op zijn einde en zouden we gaan oefenen met de proeve van bekwaamheid. Een gesprek met een acteur, waarbij wij de behoefte moesten achterhalen. Vooral niet persé doen wat de klant wil, maar wat de klant nodig heeft. Goed voorbereid kwam ik naar het werk, zat aan mijn bureau. Mijn hartslag steeg, ik nam mijn aantekeningen door, maar het gaf geen rust. Ik voelde zweet op mijn rug. Misselijk. Even naar de wc en uit het niets zat ik te huilen!

Nou vind ik huilen niet erg, geen misplaatste macho-gevoelens bij mij, maar het past niet bij mij. Ik had in jaren niet gehuild en ik kon niet stoppen. Na een kwartier riep ik mezelf tot de orde. Terug naar mijn plek, aantekeningen doornemen en vooral niks laten merken. Toch maar terug naar het toilet voor de tweede keer huilen.  Het was inmiddels bijna tijd dus ik ging naar de ruimte waar ik moest zijn.  Degene voor me liep iets uit en ik moest me weer verbergen op het toilet. Ik wist niet of de acteur, mijn leidinggevende en de beoordelaar al op me zaten te wachten, maar de gemiste oproepen en appjes maakte aan die twijfel snel een einde. Uiteindelijk riep ik mezelf tot de orde, eerst hier doorheen en dan gaan we écht aan een oplossing werken. In de gang kwam ik mijn leidinggevende tegen, op zoek naar mij. Eén blik en hij kon zien dat het niet goed was. Het enige wat ik kon doen was weer in huilen uit barsten. Ik wilde het gesprek eigenlijk niet doen, maar heb het toch gedaan.

Mijn leidinggevende wilde mij inmiddels iedere week spreken en na die ochtend helemaal. Hij was tevreden over mijn werk, maar bezorgd over mij. Hij vroeg wat ik zou doen als ik volgende week vrij was. ‘geen idee’ zei ik ‘ik heb volgende week afspraken staan. Dus dat gaat sowieso niet gebeuren’. Na aandringen gaf ik aan dat ik bij zou slapen en het huishouden op orde zou brengen. ‘Prima. Ik zorg ervoor dat jouw afspraken overgenomen worden.’ Hij ging ook met verlof en zou zijn vervangster op de hoogte brengen.

In mijn vrije week heb ik niks gedaan. In bed gelegen. Op dinsdag belde een collega voor wie ik een training van een aantal weken zou geven. Hij gaf aan dat hij naar een andere oplossing zou gaan zoeken omdat hij het niet verantwoord vond om mij te laten doen. De collega met wie ik het meeste contact had werd ook steeds directer ‘Zef, het maakt mij niet uit, maar je moet kiezen. Of je bent ziek en dan lossen wij het op of niet, maar dan moeten we ook van je kunnen uitgaan’. De huisarts vond het niet slim dat ik ging werken. Toen de vervangster van mijn leidinggevende belde draaide ik eromheen. ‘het gaat nog steeds niet echt beter…, ik merk niet echt verschil met vorige week, tja ik weet het niet zo goed’. Uiteindelijk hakte zij de knoop door dat ik nog thuis zou blijven. Opluchting en tegelijk een enorm gevoel van falen.

Na drie weken was mijn leidinggevende terug en ik ging even langs op het werk. Het was juni en hij vroeg wanneer ik op vakantie ging. In oktober. Hmm, hij rekende snel en zei  ‘als ik je klachten zo hoor, dan verwacht ik je dit jaar niet echt terug’. Weer een cocktail van emoties: opluchting, een half jaar geen werk geeft rust. Schaamte. Een gevoel van falen, je collega’s in de steek laten.

We spraken af dat ik iedere week even langs zou komen voor een kopje koffie en hij stelde een behandeling voor waarbij je met sport je grenzen leert kennen. En zo geschiedde.

One thought on “Burn out 1/2

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *