Helpen in Lesbos 3

Inmiddels ben ik bij mijn laatste weekend in Lesbos. Tijdens mijn eerste ochtend in Mytilini heb ik eindelijk geholpen bij de landing van boten. Ik voel me schuldig dat ik blij ben met deze bijzondere ervaring. Ik ben oprecht blij dat ik heb kunnen helpen. Maar na een ochtend van 05:45 tot 13:00 is de dag pas half voorbij.

Dag 13,5

We rijden terug naar ons huis langs de kust. We zien drie meisjes in string op het strand foto’s van elkaar maken. Ik kom niet meer bij van het lachen. De vluchtelingen van net zijn nog geen uur in Europa en we hebben ons nu al laten zien als een zedeloze plek. Een van de verpleegsters vertelt me dat de natte broeken van de kinderen niet alleen zeewater was. ”Ruik maar eens aan je handen”. Nee dank je, ik geloof je zo wel. Even flink mijn handen wassen en dan lunchen.

Na de lunch gaat een arts met 2 verpleegsters naar Silver Bay Hotel. Hier kunnen de allerkwetsbaarste vluchtelingen, zoals mensen met een handicap of ernstige wonden maximaal vier dagen bijkomen. Daarna gaan ze dezelfde route als alle andere mensen in. Dagelijks gaan onze medici hierheen om te doen wat ze kunnen. Tegelijkertijd gaat de rest naar het warehouse. Kleren halen. Vervolgens gaan we naar de haven om deze uit te delen. We vormen een rij van dozen en proberen mensen zo warm mogelijk aan te kleden. Uitdelen van kleding is heel leuk en tegelijkertijd frustrerend. Dat komt door 1 groep Grieken: Roma. Mijn allereerste keer in de haven zag ik een kindje zonder schoenen of warme kleding. Die was voor mij! Goed ingepakt ging ze weg. Een wat meer ervaren vrijwilligster kwam op me af, dat was een Roma, geen vluchteling. ‘Nou en?’ zei ik. Een koud kind is een koud kind vond ik. Ze legde me uit dat de Roma armen vol kleren meenemen en het vervolgens verkopen aan vluchtelingen. Ik kon even niks zeggen.

Mijn tweede keer in de haven werd het pijnlijk duidelijk. Ik zag meerdere mannen, vrouwen en kinderen die ik al herkende! Ik voelde me vreselijk toen ik ze moest zeggen om weg te gaan. Totdat ik ze na tien minuten terug zag komen met een hoofddoek om. Nu was ik er klaar mee. Als een volleerd beveiliger liep ik langs de dozen, vroeg mensen om aan 1 kant de blijven, deelde lolly’s uit en joeg Roma met een blik weg. Hoewel het goed ging kan ik nooit tippen aan F. De lieve blonde verpleegster die rovende Roma waarschijnlijk achtervolgt in hun nachtmerries. Rond zeven uur zijn onze dozen leeg. Naar huis, koken en slapen.

Dag 14:

Ontbijt op mijn laatste volledige dag hier. Het regent en stormt. Ik hoop dat er geen boten zijn. We zitten zeven uur op het viewpoint met meerdere auto’s naar de zee te staren. Om de beurt dommelen we een beetje weg. Er gebeurt gelukkig niks tijdens onze dienst. Met dit weer oversteken zou levensgevaarlijk zijn.

We lunchen, laden onze auto vol en gaan uit eten. Morgen vertrekt een vrijwilligster die hier al een maand heeft gezeten. Het is ook mijn laatste dag. De boot gaat vandaag om 22:00 dus we delen kleding uit tussen 19:00 en 21:00. Het is druk. We hebben erg veel bij ons en dat is maar goed ook. Een klein meisje staat naast haar moeder en lacht naar me. Ik trek een gekke bek. Het meisje lacht nog harder en ik kietel haar. Haar moeder kijkt me lachend aan. Het kleine meisje springt bijna in de doos met kleding. Ik gebaar naar haar moeder of ik haar op mag pakken. ”Tuurlijk” gebaart haar moeder. Ik pak het meisje en gooi haar in de lucht. Ze giert het uit. Ik zwaai, draai en gooi. Na een kwartier ben ik gesloopt. Dit meisje weegt meer dan O. die dit ook leuk vindt. Haar moeder geniet en met een zwier zet ik haar weer terug naast haar moeder. Daar trapt de kleine niet in. Met haar armpjes omhoog rent ze om alle dozen heen en laat zich weer in mijn handen vallen. Tegen dit soort charmes ben ik niet bestand en ik zwaai en zwier tot het zweet op mijn rug staat. K. een Amerikaanse moeder die zeven weken komt helpen loopt langs en zegt ‘you’ve become a playground with legs”. Na een paar minuten gaan ze verder. Ik hou het kleintje nog even op mijn arm. Ze trekt aan mijn oor en kletst met haar handje op mijn kale hoofd. Dan kijk ik haar nog een keer goed aan. Zet haar naast haar moeder en neem voor altijd afscheid.

Het begint nu echt druk te worden en om overzicht te houden vraag ik iedereen om aan 1 kant te blijven. Ik schijn bij met mijn zaklamp en ook de Roma melden zich weer. Na een half uur zie ik opeens een grijze vlek voorbij schieten. Daar is mijn kleine vriendin weer! Met armpjes omhoog rent ze kraaiend van voorpret om de dozen heen. Een kwartier verder lever ik haar weer af bij haar moeder.

De drukte is voorbij en de meeste mensen staan in de rij om aan boord van de ferry te gaan. Dit proces wordt begeleid door ‘s werelds meest intimiderende soldaten. Ik snap oprecht niet waarom het allemaal zo onvriendelijk moet. Ik zie dat de rij zich strekt over rijstroken. Dat wordt me wat als er straks weer een vrachtwagen komt. Ik loop naar een soldaat en vraag wat de bedoeling is. ‘geen probleem” zegt hij. Gewoon laten staan. Ik blijf toch in de buurt en als er een paar auto’s aankomen vraag ik mensen om aan de kant te gaan. Waarom zie ik dit wel aankomen en mensen die het moeten begeleiden niet? Onze avond zit erop. Afscheid nemen van de haven. Ik kijk eens goed rond, neem alles in me op en stap dan in de auto. Tijd om te slapen.

Dag 15:

Mijn tas heb ik gisteren ingepakt. Ik gooi hem na het ontbijt in de medische bus. Ik vlieg om 11:40, dus rond 10:00 naar het vliegveld. De zee is zo glad als een spiegel dus wie weet kan ik nog helpen met een landing. Het is nog donker maar vrijwel meteen zien we een boot. Met de gebruikelijke lampen seinen we naar de juiste plek. Iemand aan boord heeft een laserlamp. Een blauwe en groene lichtstraal schiet uit de zee. De landing verloopt soepel. Ik ben blij. Weer enkele tientallen mensen veilig!

We ruimen rustig op en zien vier boten. Frontex en de kustwacht komen in beweging en pikken de mensen op. Dat levert misschien wat stress op maar ze zijn in ieder geval veilig. Twee boten glippen er langs en zetten koers richting het viewpoint. Weer drie meter naar beneden. De landing verloopt top. Iedereen gaat rustig van boord en loopt naar boven. Terwijl de laatste persoon van boord gaat komt een paar meter naar links weer een boot aan. Ik voel me inmiddels geroutineerd en roep als een veteraan ‘make a liiiiiiiiiiine!”. Halverwege ontstaat er paniek. Een hoop geduw en getrek op het kleine bootje. ”Shit, ruzie” denk ik. Ik loop naar voren, maar zie plots vier lifeguards naar voren lopen. Ze dragen een man schreeuwend van de pijn.

We leggen reddingsvesten naast elkaar. De lifeguards leggen de schreeuwende man erop en de dokter komt aangerend. De man strekt zijn hand uit en pakt de hand van een huilende vrouw naast hem. Geen tijd voor tranen in mijn ogen nu. Ik kniel naast een andere man. Let er op dat ik heel rustig praat. ”please move, she’s a doctor, give her room”. De man blijft ook rustig ”I family”. Hij wijst naar de rug, een been en een arm van de man ”broken”. De dokter kijkt me aan en noemt wat pijnstillers die ze nodig heeft en bij wie ik ze kan vinden. Ik ren naar F. zij heeft de crashbag. ”Ok, dit heb ik niet, ik geef je dit mee”. Ik ren terug en vertel de dokter minstens drie keer dat ik haar iets anders breng dan waar ze om heeft gevraagd. Ik ga verder met andere mensen. Na tien minuten lijkt het al een stuk beter te gaan met de man. Hij staat, ondersteund door anderen op. Bedankt alle vrijwilligers en valt huilend op zijn knieën. Hij begint te bidden.

Vrijwilligers beginnen te roepen. Er zijn 2 boten onderweg, 200 meter verderop. De zon schijnt inmiddels en ik heb nog steeds 4 lagen kleding aan. Zweet loopt over mijn rug. Ik begin te rennen, maar herinner me de tas die ik bij me had, ik ren terug en pak de tas.

Ik ren over de keien en beslis dat ik beter naar boven kan klimmen. Eenmaal boven passeer ik rennend een Duitse Frontex agente. ”Goodmorning” zeggen we elkaar. Ze is hier met twee collega’s en hun taak is in de gaten houden dat de motoren niet meegenomen worden. De theorie is dat deze worden terugverkocht aan de Turkse maffia. Wanneer Frontex alle motoren onderschept kunnen minder bootjes varen. Aangekomen op het strand landt vrijwel meteen de boot. Ik geniet van het applaus en de vreugde bij de mensen. Zodra de boot leeg is roept een vrijwilliger  ”all non-medics this way”. 20 meter verderop land weer een boot! Wat een drukte!

Alles gaat goed. Wat een dag. Het was nu kwart voor tien. Inmiddels werden we vergezeld door drie vrijwilligers uit Molyvos die ook naar huis gingen. Het werd langzaamaan tijd om naar het vliegveld te gaan. Ik haal mijn tas uit de bus. Er kwam weer een boot aan. We keken elkaar aan. Nee, het was goed geweest. Wij moesten echt gaan. Alle vrijwilligers die niet meer bezig waren met de afwikkeling van de twee boten reden de hoek om rechts van het viewpoint. Geen tijd voor knuffels of om mijn hesje in te leveren, even zwaaien en dat was het. Ik glimlachte en pakte mijn flesje water. Ik nam de afgelopen twee weken door. Wat begon als een soort teleurstelling eindigde alsnog met het harde werken wat ik verwachte.

Dan zien we een reddingsboot met hoge snelheid richting de kust komen, richting de plek van de twee landingen van net. We kijken elkaar een beetje verbaasd aan. Wat is dit nou weer? De bemanning aan boord zwaait. ”Dit kan nooit goed zijn’ zeggen we tegen elkaar. ”Wat doen we? Over anderhalf uur stijgt het vliegtuig op”. De drie andere vrijwilligers zijn allemaal medici. Fuck it. Ik begin te rennen, gooi in het voorbijgaan mijn lege flesje in een container. Er zijn nog een handjevol vrijwilligers en er komen er meer aangerend. Op de reddingsboot zitten zo’n 30 mensen. Geen idee waarom ze niet met hun eigen boot aankomen. Het zijn voornamelijk kinderen.

Ik sta met een baby van, ik schat, zes maanden in mijn armen als er opeens een man voorbij stormt. Hij rent tot zijn middel de zee in, grijpt een vrouw en tilt haar terug. Minutenlang houden ze elkaar huilend vast. Geen idee wat er aan de hand is. Ik ga verder. Als de boot leeg is en iedereen droog is zie ik de man, vrouw en drie kinderen weer zitten. Huilend en dicht bij elkaar. Er staat een Nederlands meisje huilend naast. ”Wat is er aan de hand?” vraag ik. Ze legt het uit, ze hebben de afgelopen week met deze man doorgebracht, dat is zijn vrouw, hij wist dat ze kwam. Hij heeft haar en zijn kinderen al een half jaar niet gezien. Ze zijn drie keer terug gestuurd door de Turkse kustwacht en hebben zelfs in de gevangenis gezeten. Nu zijn ze samen, eindelijk. ” Nu is het zover” denk ik ” nu ga ik echt huilen”. Toch niet, net niet.

Een eindje verderop zit een vrouw met op haar schoot een jongetje van ongeveer twee. Er staat een arts en een verpleegkundige naast. Ik loop erheen en zie grote rode wonden met een soort witte korst op zijn beentjes. Het kereltje kijkt rustig om zich heen. ”Fire, in Syria” zegt zijn moeder. De dokter smeert een creme op de wonden en het ventje begint zachtjes te huilen. Ik sla me voor mijn kop dat ik alle knuffels, bellenblaas en handpoppen heb weggegeven of in mijn tas heb zitten. Het jongetje krijgt een verband en stopt met huilen. Ik wil huilen, al is het maar om even te ontladen. Het gebeurt niet. Ik zie een vrijwilliger met een klein meisje een kleurplaat inkleuren. Een andere vrijwilligster komt naast me staan. ‘er zijn drie kinderen die niet geclaimd zijn”.  De oudste van de drie is misschien twee jaar. Waar zijn hun ouders? Waarom zijn ze van elkaar gescheiden? UNHCR komt en gaat de mensen naar Moria brengen. Ik moet erop vertrouwen dat het goedkomt.

Het is na half elf. We vliegen over een uur. Zwijgend en starend rijden we naar het vliegveld. Heel klein dus we redden het prima. In de bus naar het vliegtuig raak ik aan de praat met een columnist van de Volkskrant. Ze komt straks mijn foto’s bekijken zegt ze. Als we opstijgen krijg ik het koud. Mijn schoenen en broekspijpen zijn nat. Wat moeten al die mensen doormaken die uren lang doorweekt op volle zee zitten vraag ik me af? Ik kijk uren lang naar alle foto’s en filmpjes. Praat heel kort met anderen en laat de columnist alles zien wat ik heb. Ik bedenk me dat wanneer ik in Nederland aankom die baby hopelijk net te eten krijgt in Moria.

Terug op eigen bodem
Verslagen loop ik de gate uit. Het was zwaar. Mooi, bevredigend. Maar zo zwaar. Er staan twee marechaussees bij de gate. Ze willen paspoorten zien, ook al komen we uit een Schengenland. Ik wil vragen of ze mijn handbagage willen controleren op een Syrische baby. Doe het natuurlijk niet, zij kunnen er ook niks aan doen. ”Welkom thuis” knikt hij me toe.

Zwijgend wens ik met heel mijn hart dat ik nooit weg had gehoeven.

9 thoughts on “Helpen in Lesbos 3

  1. Ongelofelijk heftig. Ik heb net je drie stukjes even achter elkaar gelezen. Ik snap je frustratie van het niets kunnen doen in het begin, maar wat je uiteindelijk wél hebt kunnen doen, is zoveel belangrijker! Dit zijn de verhalen die verteld moeten worden, want als je het aan mij vraagt maakt dit de situatie duidelijker dan dat wat er in de media verteld wordt.

    1. ja klopt, weet je, ik was zelf verbaasd toen ik een vierjarig meisje uitkleedde dat haar vader niet agressief werd (voor de goede orde dat was op het strand en dat meisje was doorweekt en kreeg daarna droge kleren en een reddingsdeken om zich heen 😉 ), dat ik meerdere keren naast een vrouw zat terwijl ze borstvoeding gaf en haar man het geen probleem vond. Ik had toen pas in de gaten hoe erg mijn beeld beïnvloed is en vooral hoe fout dat beeld is.

    1. dank je wel. Een keer in de haven kwam een collega wat emotioneel naar me toe. ”ik maakte net een filmpje, dat was net op tv. Toen zette ik mijn telefoon uit maar ik sta er nog steeds midden in”. Het is een vreemde realisatie dat die mensen op tv echt zijn. Het maakt dat ik nu een beetje onrustig thuis zit. Er zwerven tienduizenden mensen (laat even doordringen dat het mensen zijn) door Europa en wij (als continent) behandelen ze alsof het parasieten zijn.

  2. Ik heb nu pas echt tijd om te het te lezen en vind het zo knap dat je dit gedaan hebt. Nu pas begrijp ik een beetje hoe het er echt aan toe gaat. Hoe zwaar die mensen het gehad hebben. En ja, er zullen absoluut een paar rotte appels tussen zitten die gewoon willen profiteren, maar niemand kiest hier vrijwillig voor. Niemand wil dit meemaken. Vluchten doe je niet uit vrije wil…
    Dank je voor dit inzicht.

    1. dank je wel. Klopt helemaal, en de laatste weken is het alleen maar erger geworden. Opvang zonder voldoende bedden, voedsel, medische zorg. Vrouwen bevallen in de modder. Vreselijk.

  3. Ik heb net als Anne alle drie de delen in een keer gelezen. Wat een verhaal. Ik vind het een mooi verhaal zeker dat met het afscheid van het meisje. Je(jullie) doen echt goed werk al valt het niet altijd mee natuurlijk. Zwaar. Mooi en bevredigend. Het lijkt mij ook echt zwaar dit.

    1. Voor mij is het gelukkig niet enorm zwaar. Voor de vluchtelingen is het zoveel erger. Kenmerkend is dat ik graag terug zou willen en denk dat er geen vluchteling bestaat die graag terug wil 😉

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *