Helpen in Lesbos

Daar ben ik weer na twee weken Lesbos. Ik heb in die twee weken denk ik iedere emotie die er is ervaren. In een paar blogs ga ik vertellen wat er in die twee weken is gebeurd en hoe ik dat heb ervaren. Dus hier volgt raw en uncut, gebaseerd op een waargebeurd verhaal mijn ervaring van de Vluchtelingen Crisis: 2016 editie!

Zoals kenners zullen weten is de 2016 editie niet te vergelijken met 2015. 2015 was een one-man show. Er kwam een gigantische hoeveelheid vluchtelingen aan, punt. Voor 2016 is het concept volledig vernieuwd. Zo is er een grote, vaak mysterieuze rol voor de Turkse kustwacht. Mishandelen zij vluchtelingen nou echt? Waarom komt op dezelfde dag de ene boot kurkdroog aan en de andere doorweekt? De ooggetuige verhalen van Nederlandse vrijwilligers dat de kustwacht ze met waterkanonnen bestookt zullen toch niet echt waar zijn? De Griekse kustwacht valt daardoor wel een beetje weg. Die zijn alleen intimiderend. Dan heb je nog Frontex wiens rol niemand kent en de Navo speelt die vriend die áltijd te laat is. Dan zijn er de vrijwilligers die hun zaakjes, als enige, wel voor elkaar hebben. Naar dit spektakel was een kaal dertigjarig jongetje op weg nadat de wekker om 3 uur ‘s ochtends was gegaan.

Dag 1:

Jemig wat is het vroeg. Om vijf uur arriveer ik op Schiphol en ga op zoek naar J. Met hem heb ik de afgelopen weken contact gehad. Met het oog op de afname van vluchtelingen heeft hij zich aangemeld voor de reddingsmissie in plaats van het fieldteam waar ik in kom. Ik heb dat ook geprobeerd maar de bemanning was compleet. We zwaaien even naar elkaar maar door de lange rij spreken we elkaar niet. We vliegen eerst naar Athene en daar ontmoeten we ook enkele andere vrijwilligers. We vliegen door naar Mytilini in Lesbos en halen daar onze huurauto op. Door naar Molyvos waar wij gaan zitten en op naar het hotel. Even wachten en om half zeven is het tijd voor de dagelijkse meeting. Er is vandaag een boot omgeslagen, 22 doden. We bespreken wat we moeten doen wanneer we een aangespoeld lijk vinden. Holy shit, ik ben niet meer in Nederland.

Dag 2:

Vandaag begon met de introductie. De missie van Stichting Bootvluchteling bestaat uit 3 teams: een reddingsteam, 2 boten die op zee vluchtelingenbootjes begeleiden of ingrijpen wanneer er drenkelingen zijn. Op de boot is ook altijd een arts aanwezig. Een medisch team, bestaande uit artsen en verpleegkundigen. Tot slot het field team, dit team spot bootjes op zee, helpt bij landingen en in het IRC-kamp. Dit is een zogenaamd transit kamp, vrijwel naast de zee waar mensen droge kleren en wat te eten krijgen en even kunnen bijkomen voordat ze verder gaan naar Moria. In Moria worden ze geregistreerd en gaan ze door naar Mytilini. Daar pakken ze de ferry naar Athene en start hun tocht door Europa.

Ik zit in het fieldteam en spendeer mijn tijd of op de ‘dirt road’ met het spotten of in het kamp om te ondersteunen. De dirt road is een onverharde kronkelweg door de heuvels. Ik zie er niet naar uit om hier te rijden… We krijgen te horen dat het rustig is, daar baal ik van, ik kom om te werken! Maar gister zijn er drie boten geland, dat geeft moed om iets te doen. Toch raak ik in een soort tweestrijd. Ik wil wat doen, maar wil niet dat mensen grote risico’s nemen. Anderzijds, ze gaan toch wel komen dus áls ze dan gaan komen wil ik er zijn om te helpen.

Ik heb mijn eerste middagdienst op de dirt road, van 13:00 tot 18:15. Ik verwacht niks want recentelijk landen boten alleen in de ochtend. Na 10 minuten zien we iets! We springen in onze auto en rijden naar beneden. Ik probeer ondertussen door de verrekijker wat te zien maar stuiterend in een auto is dat zinloos. Na een tijdje stoppen we, nog een keer kijken. Ik zie echt mensen volgens mij! We racen sneller, nog dichterbij kijken we nog een keer. Het is onze eigen reddingsboot, wat voel ik me dom! Maar better safe then sorry.

Dag 3:

Dienst in het kamp. 8 uur in een tent gezeten. Niks te doen gehad.

Dag 4:

Zie dag 3

Dag 5:

Nachtdienst in het kamp. Daar geslapen in een tent terwijl het stormde. In plaats van zitten heb ik nu dus gelegen in een tent en niks te doen gehad.

Dag 6:

Ok. De grap is nu wel gemaakt. We zijn nu bijna een week verder en ik heb nog geen vluchteling gezien. Ik begin serieus te overwegen om van strategie te veranderen. Ik informeer of ik naar een ander eiland kan waar wel mensen aankomen. Dat is niet mogelijk. Ik benader een andere organisatie maar die reageren niet. Ik begin te overwegen om eerder naar huis te gaan. Ik schaam me dat ik met zoveel bombarie hierheen ben gegaan. Ik heb al mijn familie, vrienden en collega’s om geld gevraagd en dit gedoneerd. Dan terugkomen en zeggen ‘ik heb niemand geholpen maar áls er iemand was geweest had ik die enorm geholpen!’, dat is gênant. Mijn vriendin probeert me op te beuren. Het helpt niet veel. Waar ik veel van baal is dat ik bijna alleen diensten in het kamp draai. Ik vraag aan de planner of ik meer op de dirt road mag staan en geef aan dat hij me fink mag inzetten. ‘Tuurlijk’ zegt hij. Dat ging onverwacht soepel…

Dag 7:

Valentijnsdag. Dienst op de dirt road, 5:45 beginnen dus 4:45 opstaan. Ik maak een briefje open dat ik mee heb gekregen van P. Lief! Om 13:00 ben ik klaar en ga even op bed liggen tot 17:00. Dan eten, naar de meeting en door naar de 2e dienst van die dag. Avonddienst op de dirt road van 19:00 tot 01:00. Ik schiet de planner nogmaals aan, ik heb vandaag twee diensten gehad maar ik wil werken! ‘Prima’ zegt hij. Ik besluit mijn 2 weken vol te maken. Als er dan niks gaat gebeuren zij het zo. Maar aan mijn inzet zal het niet gaan liggen.

Dag 8:

De planner komt zijn woord na. Vandaag vroege én late dienst. Het waait veel te hard dus geen boten. Maar goed ook, het is veel te gevaarlijk nu. Tijdens de dienst rijdt er een auto langs. Hebben we al iets gezien? Greenpeace zegt dat de stranden in Turkije overvol zijn, ze verwachten boten. We kijken extra goed maar geen boot.

Dag 9:

Ik ging rond 2 uur slapen en had vandaag vroege dienst. Dus 4:45 op. Voor iemand die normaal 8 uur slaap nodig heeft en al maanden slaappillen slikt functioneer ik verrassend goed. De focus hier is lekker, geen werk, sport,  huishouden of andere stress. Er komt leven in de brouwerij. De zee ligt bomvol, kustwacht boten, Frontex, onze reddingsboten en reddingsboten van andere organisaties. Plots, 2 kleine zwarte stipjes! Dat zijn ze! Opeens zien we 8 andere stipjes. Overal schieten boten heen. Greenpeace en onze reddingsboten komen in actie maar ook Frontex komt in beweging. Zij achterhalen de 2 bootjes. Alle mensen komen veilig aan boord en worden naar een Griekse haven gebracht. Ik ben opgelucht dat de mensen veilig zijn maar ook teleurgesteld dat ik niks heb kunnen doen. De acht andere stipjes zijn weg. Het waren er waarschijnlijk reddingsboten. De rest van de dienst zien we niks meer.

Terug in het hotel horen we dat de Turkse politie vluchtelingen heeft gearresteerd en boten in brand heeft gestoken. Dat waren dus de rookpluimen die ik zag. Als vrijwilliger leef je ongeveer op geruchten. ‘Merkel is in Duitsland, daarom laten ze niks door’, ‘ze willen de EU onder druk zetten, daarom gaat het drukker worden’. Dan is er altijd nog de realiteit van het weer, bij harde wind is het simpelweg te gevaarlijk om te gaan. Al houden smokkelaars daar niet altijd rekening mee.  Zo treffen vrijwilligers van de stichting waarmee ik help boten aan waar de lijm nog nat van is.

Inmiddels ben ik bijna anderhalve week verder zonder dat ik iets heb gedaan. Gelukkig kwam er redding. J., de vrijwilliger van dag 1 waarmee ik de afgelopen tijd veel tijd had opgetrokken had namelijk 400 knuffels! Wij hadden inmiddels onze huurauto ingeleverd, die stond alleen maar geld te kosten. Samen met een andere vrijwilligster en haar auto reden we de anderhalf uur naar de haven van Mytilini. Daar hebben we een klein team team die helpt met landingen, medische hulp geeft aan de aller kwetsbaarste én iedere dag in de haven kleren uitdeelt aan vertrekkende vluchtelingen.  Vandaag mochten wij helpen.

Met 2 gigantische koffers en een grote zak mutsjes meldde we ons in de haven. Het was erg rustig. Maar al snel zagen we een jongetje lopen. Een beetje onwennig gingen we met een konijntje erop af. Hij was eigenlijk wat oud voor een knuffel maar was te beleefd om nee te zeggen. Toen we later nog eens keken zagen we dat er een klein meisje bij hem kwam aan wie hij de knuffel gaf. Langzaamaan kwamen er meer mensen en dus ook meer kinderen, we liepen op kinderen af en deelde uit. We zetten ze meteen een warme muts op. Tot mijn eigen vreugde zaten er ook Unox-mutsen in. Ik hoop dat zij allemaal in Nederland terecht komen met hun muts op.

Kinderen wisten ons inmiddels ook te vinden en grabbelde dankbaar in onze tas. Sommige grepen hun kans en vertrokken met meerdere knuffels. Anderen bleven heel bescheiden en kozen er 1. Een eindje verderop zag ik een klein meisje naast haar moeder staan. Ze keek beteuterd. Ik koos een flinke roze knuffel uit en liep rustig naar ze toe. Ik vroeg aan haar moeder of ik de knuffel mocht geven. Die glimlachte breed. Ik knielde en hield de knuffel voor het kleine meisje. Binnen een seconde schoten haar droevige ogen naar ongeloof, toen hoop en toen onvervalst plezier. Haar armpjes schoten om de knuffel en ze lachte op een manier die ik nooit zal vergeten.

Geknield naast dat meisje kwam de hele situatie keihard bij me binnen. Hier zat ik, in een haven waar ik eigenlijk helemaal niet wilde zijn. Tussen honderden mensen die hier ook niet wilde zijn. Zij vluchten voor hun leven, ze hebben maanden ellende gehad en gaan nog maanden en misschien wel jaren van ellende tegemoet. En het enige wat ik kon was een klein meisje een roze knuffel geven. Ik kreeg een brok in mijn keel en tranen in mijn ogen. Ik liep snel even weg, herpakte me en ging terug naar de knuffels. Nu waren J. en ik los. Er ging geen kind zonder knuffel en muts weg zolang er nog iets in onze tas zat! Opeens liepen overal kinderen. Met armen vol renden we over de parkeerplaats. Kinderen glunderen, ouders straalden omdat ze hun kleintjes eindelijk weer een keer zagen lachen. Moe maar voldaan laadden we de auto in met wat er nog over was. Plots riep iemand ‘daar komt nog een groep!’. We haalden de koffers leeg en rende erop af, alle kindjes kregen wat. Wij kregen handen, bedankjes in het Arabisch of Engels, knuffels en kusjes.

Toen was het echt voorbij. We hadden nog 1 knuffel over. Het konijntje waarmee we waren begonnen. Het meisje had een mooie pop gezien, in plaats van die gewoon te pakken (wat wij prima hadden gevonden) had ze haar konijntje teruggelegd.

Over een tijdje volgt mijn tweede blog over mijn tijd in Lesbos. Daarin neem ik een gok en krijg ik eindelijk wat te doen.

 

3 thoughts on “Helpen in Lesbos

  1. Wat goed om weer wat van je te horen! Interessant om te leven hoe je het daar allemaal ervaart. Ik had alleen niet verwacht dat je zo veel dagen zou moeten wachten voordat er iets gebeurde (en jij – zo te lezen – ook niet) . Als je het nieuws moet geloven dan is het een komen en gaan, maar dat valt dus wel mee. Ik ben benieuwd naar het vervolg. Heel veel succes daar!

    1. Klopt. De eerste periode was echt rustig. Ik moest daardoor ook denken aan alle asielzoekers hier. Die zich maandenlang vervelen. Bij mij braken de dagen nog door (saaie) diensten enz. Desalniettemin vloog ik na 4 dagen al tegen de muren op. Gelukkig werd het in week 2 interessanter 🙂 (daarover later meer)

  2. Pingback: Helikoptermug

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *